Talbot Street

Hier, op de hoek van Talbot Street en Lower Gardiner Street, ontplofte een van de drie bommen die Dublin op vrijdag 17 mei 1974 opschrikten. Samen met de verwoestende explosies in de vlakbij gelegen Parnell Street en South Leinster Street vlakbij Trinity College zaaide de autobom op een steenworp afstand van Connolly Station dood en verderf. Voor huisnummer 18, vlakbij een filiaal van winkelketen Guineys, ontplofte een Ford Escort die eerder die dag in de dokken van Belfast in Noord-Ierland was gestolen.

Mijn oog valt op een kloeke maar sobere gedenksteen, net buiten pub Grainger’s waar buurtbewoners ’s middags al hun eerste pint Guinness drinken en toeristen gezellig keuvelend bijkomen van urenlang slenteren door de Ierse hoofdstad.

De manshoge herinnering aan de ‘bombings’ in Dublin - en Monaghan waar diezelfde dag ook een bom ontplofte - bevat de namen van alle dodelijke slachtoffers. In totaal 23 mensen werden op slag gedood, drie anderen overleden later in het ziekenhuis. Vele tientallen raakten ernstig gewond. Hier geen 'Bloody Sunday' maar een 'Bloody Friday'.

Voor de gedenksteen liggen een paar verwelkte narcissen. Een paar weken geleden hier neergelegd zo te zien, door nabestaanden waarschijnlijk. Van Christina O’Loughlin misschien? Of Siobhan Roice? George Williamson? Marie Butler? Of van familieleden van ‘Baby Doherty’. Het nog ongeboren kindje overleefde net als moeder Colette de aanslag niet. Om stil van te worden. Zoveel geweld op deze plek, hier in hartje Dublin, prachtige en charmante hoofdstad van Ierland.

Elk detail van de aanslag in Talbot Street is bekend, al duurde het vele jaren voordat duidelijk werd wie erachter zat. Pas in 1993, bijna twintig jaar later, werd bekend dat de Ulster Volunteer Force (UVF) de verantwoordelijk wilde opeisen. In de tv-documentaire ‘Hidden Hand: The Forgotten Massacre’ werden toen feiten onthuld die tot dan toe verborgen waren gebleven.

De UVF verklaarde dat ze destijds dezelfde daden te willen plegen als haar politieke tegenpool IRA ‘bijna dagelijks’ in Noord-Ierland voor haar rekening nam. Zie hier The Troubles in een notendop. Voor veel Europeanen nog altijd een onbekend en onbegrepen conflict dat (Noord) Ierland decennialang in een wurggreep hield.

Vanuit Grainger’s valt op dat vrijwel niemand even halt houdt bij het monument. Stilstaat bij de namen die er aan beide zijden in gebeiteld zijn. Gezinnen met kinderen doen boodschappen bij de Spar aan de overkant. Jongeren komen net uit school en maken lol. Forenzen rennen richting Connolly Station, in de hoop de trein te halen. Ze lopen onbezorgd door Talbot Street, net zoals de veertien slachtoffers op die bewuste vrijdagavond in mei 1974 dat hier deden. Ze kwamen nooit meer thuis.

Hun namen leven echter voort, hier op de stoep voor Grainger’s. Edward. Marie. Breda. Elisabeth. Archie. Peggy. En Baby Doherty… Ik kan hier nooit meer voorbijlopen zonder even stil te staan.