LocHal

‘Ik heb iets met Tilburg’. Dat is de titel van een boekje dat jaren geleden verscheen en tientallen schrijvers aan het woord liet over Tilburg en hun liefde voor de stad. In verhalen, opstellen, essays en gedichten werd de schoonheid - en soms ook alledaagse lelijkheid - van Tilburg aan het papier toevertrouwd.

Ik moest er aan denken toen ik laatst op verkenning was in de Spoorzone, pal achter het station met 'kroepoekdak' uit 1965 dat met recht een blikvanger van de stad genoemd mag worden. Niet alleen eert Tilburg hier twee burgemeesters - Johan Stekelenburg heeft er zijn eigen plein, Gerrit Brokx leeft voort in een brede laan met busstroken - ook is met respect voor industrieel erfgoed een gebied ontstaan waar het goed toeven is. Dit is de Spoorzone. SPZ013 in vaktaal.

Deze plek was vroeger het domein van de NS. Hier werkten honderden en in piektijden meer dan 1.400 arbeiders in de Centrale Spoorwegwerkplaats. In d’n Atelier, zoals de werkplaats al kort na de opening in 1870 werd genoemd, repareerden ze locomotieven en treinstellen. Ik herinner me dat ik vroeger urenlang vanaf het perron naar al die rijdende en rangerende treinen kon kijken. Vooral de draaischijf vond ik een machtige installatie. Locomotieven werden vanuit de halfronde remise met metershoge deuren naar de sporen gedirigeerd.

De draaischijf is er nog altijd, in de Spoorzone. Omgeven door een met kasseien geplaveid plein, grote plantenbakken en een restaurant dat in de vroegere remise is ingericht. Even verderop is eetbar De Wagon gehuisvest in twee nostalgische treinstellen. ‘Dagelijks onderweg vanaf 10.30 uur - de trein rijdt niet op dinsdag’ staat op de deur. In het Ketelhuis rusten stoomketels die de NS Werkplaats vroeger van energie en warmte voorzagen. Werkplaatsgebouw 88 is een hip ondernemershuis geworden. Verderop zijn Koepelhal en Wagenmakerij ingericht voor grotere evenementen.

De allernieuwste parel in de Spoorzone is de LocHal. De oude treinenwerkplaats - het hart van d’n Atelier - is omgevormd tot de ‘huiskamer van de stad’. En hoewel de officiële opening nog moet plaatsvinden, mag dit nu al de kroon op de Spoorzone in Tilburg worden. In een majestueus industrieel decor heeft de Bibliotheek Tilburg zich verzekerd van een droomlocatie. Tussen de boekenrekken staan tafels op oude treinwielen; metershoge trappen bieden plaats aan honderden werk- en studieplekken.

Ze gaan me hier nog regelmatig vinden, in de LocHal. Voor een interview op locatie, een ontmoeting met vakbroeders en -zusters of het schrijven van alweer een verhaal. Zie je me soms even wegdromen? Dan denk ik aan de treinen die hier vroeger in de takels hingen en al die noeste spoorarbeiders in hun blauwe overall die hier hun dagelijks brood verdienden. Dat gebeurt hier nu met laptop, telefoon én gratis wifi.

‘Heb ik iets met Tilburg?’ was de titel van de bijdrage die mijn vader schreef in de eerder genoemde bundel. Zijn antwoord op die vraag laat zich raden. En ook ik durf volmondig ja te zeggen, al is het maar omdat ik verliefd ben geworden op de LocHal.