La Vita è Bella

Arezzo zucht onder de warme zomerzon. Al weken stijgt het kwik ver boven de dertig graden Celsius, ook vandaag. De kleine Toscaanse stad met fabuleus middeleeuws centrum maakt zich op voor een onweersbui die wat verkoeling zal brengen. En de meeste toeristen even van het magische Piazza Grande verjaagt. Dit wordt mijn moment… Foto’s maken, de eeuwenoude gevels met tientallen kleurrijke wapenschilden in me opnemen, de stilte bij de oude waterput omarmen.

Het is geen bui die echt imponeert, maar voldoende druppels laat vallen om het plein heel even schoon te vegen. Even geen slenterende toeristen; ze zoeken ijlings hun toevlucht onder de arcaden waar de terrasjes zich snel vullen. Een handjevol peuters deert de regen niet, ze huppelen over de keien en spelen tikkertje. En klauteren op een van de oude zuilen en turen naar de donkere hemel. ‘Kijk, bliksem!’.

Antiquair Claudio Badiali, volgens de letters op de winkelruit hier al gevestigd sinds 1969, haalt zijn spulletjes binnen. Een spiegel met gouden lijst, een gietijzeren kapstok en een paar antieke posters van Arezzo uit vervlogen jaren verdwijnen in het piepkleine winkeltje. Hoofdschuddend ziet hij me foto’s maken van zijn fraaie winkelpui. ‘Wat is hier nou zo bijzonder aan?’, zie ik hem denken. En: ‘Koop iets of loop door…’

Het Piazza Grande heeft een bijzondere betekenis voor mij. Hier werden de cruciale scènes opgenomen van La Vita è Bella (1997), misschien wel de mooiste Italiaanse speelfilm ooit gemaakt. Roberto Benigni regisseerde de film en won een Oscar met de vertolking van de hoofdrol. Als de joodse Guido Orefice dartelt hij over het witte doek, verliefd op Dora. Hij schaakt haar tijdens een feestje waar ze tegen haar wil moest worden gekoppeld aan een draak van een kerel.

Guido en Dora trouwen en samen zetten ze Giosué op de wereld. Geboren uit liefde. En dat alles in het decor van het opkomend fascisme, enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Nee, de ontknoping van La Vita è Bella ga ik hier niet onthullen. Daarvoor moet je de film beslist zelf bekijken. Op het Piazza Grande word ik wel even stil van de gebeurtenissen die in deze film verbeeld worden. In dit fonkelende decor van middeleeuwse huizen, de romaanse apsis van de Pieva di Santa Maria en de gevel van het machtige Palazzo della Fraternità dei Laici huppelde Guido met zijn Dora onbezorgd door het leven en waren ze samen gelukkig met hun zoontje Giosué. Totdat het noodlot toesloeg...

Een kleine plaquette vlakbij de fontein herinnert aan La Vita è Bella. Een paar foto’s tonen de belangrijkste scènes en laten de straten en gebouwen zien die - net als het Piazza Grande - een rol speelden in deze film. In twee zinnen wordt ook uitgelegd welke boodschap regisseur Benigni zijn publiek meegaf. In goed Italiaans: ‘Questa è una storia semplice, eppure non è facile raccontarla. Come in una favola c’è dolore e come una favola è piena di meraviglie e felicità...’.

Dat betekent zoiets als: ‘Dit is een eenvoudig verhaal, maar niet zo gemakkelijk te vertellen. Net zoals in sprookjes gaat het over pijn, verwondering en geluk.’ Arezzo raakt me, het Piazza Grande raakt me. En ik hoop dat al die anderen die hier slenteren ook even geraakt worden.

De onweersbui is weggetrokken, de zon schijnt. Kijk, daar zijn de toeristen weer. En zie, antiquair Badiali komt ook weer tevoorschijn met zijn spulletjes. Maar in gedachten zie ik Guido en Dora met Giosué over de eeuwenoude steentjes dansen. Zorgeloos, verliefd en gelukkig, in het Arezzo van 1939. La Vita è Bella.