Eendje de voorste… (2)

Ik heb iets met de carnavalsoptocht van Eendengat. Toen de Boxtelse praalstoet in 1967 werd opgesteld op de Baandervrouwenlaan, was ik er al bij. Een kleine zwart-wit foto in een van mijn eerste plakboeken is het bewijs. Ik ben dat onzichtbare jongetje in de kinderwagen.

Ook als journalist was ik bijna altijd present. In weer en wind. In hemdsmouwen op een zonnige lentedag of gehuld in thermo ondergoed en extra dikke winterjas bij 11 graden onder nul. Regen? Geen probleem. Een regenjas helpt. Of de paraplu van een behulpzame waggelaar.

Voordat ik vandaag weer naar de Markt toog, had ik er als verslaggever 22 edities opzitten. Voor die ‘prestatie’ werd ik enkele jaren geleden gehuldigd door prins Donald IV. Ik koester die medaille. ‘Ga er maar aan staan, tweemaal elf jaar naar de Grote Eendentrek’, hoor ik iemand hardop denken.

Het is een feestje! De optocht is een kleurrijk en muzikaal schouwspel, boordevol creativiteit. Elke groep heeft vele vrije uren opgeofferd om op carnavalszondag zo leuk mogelijk voor de dag te komen. En dat verdient waardering, in woord en beeld, elk jaar weer.

Toegegeven, ik houd vooral van loopgroepen, die het publiek met spitsvondige acties en interactief theater in de maling nemen. Maar ook de praalwagens zijn vaak een lust voor het oog. Het resultaat van maandenlang knutselen met verf, behangselplak en papier-maché.

Vandaag was ik weer graag eendje de voorste. Voor de 23e keer als verslaggever present bij de Grote Eendentrek. Geen medaille dit keer, wel een nat pak. En een prachtig verhaal over een huwelijksaanzoek in de optocht. Eendengat blijft me verrassen, elke keer weer…