'Een flinke, knappe, sportieve kerel'

‘n Wielrenner is iemand,

Die bang is voor niemand!’


Mijn wielerjaar kan niet meer stuk. In de snikhete zomer beklom ik Mont Ventoux met zoon Tom. Samen stoempen naar 1.912 hoogtemeters. In september vierde ik het tweede lustrum van mijn fietsclub EFIONA. We togen met z’n allen naar het schitterende fietseiland Mallorca om naar de vuurtoren aan de Cap de Formentor te koersen. Ook beklommen we vanuit het kustplaatsje Sa Calobra de Coll de Reis. Geen beklimming van de buitencategorie, maar wel eentje met twee dozijn haarspeldbochten, inclusief een exemplaar van 270 graden. Jazeker, dat kan!

Het échte wielerhoogtepunt van 2019 is de ontdekking dat de fietsgenen in de familie zitten. Eerder dit jaar viel mijn oog op een stapeltje vergeelde krantenknipsels over Pierre van Erven. Mijn oudoom uit Tilburg, slager van beroep, blijkt een heuse wielerkampioen. Op maandag 19 juni 1933 schreef hij namens de Tilburgsche Wielerclub (TWC) het Nederlands kampioenschap bij de nieuwelingen op zijn naam.

DE KANONBAL

Pierre van Erven werd geboren op 2 maart 1914 en werd in 1931 lid van de TWC. Het was een club die in de jaren dertig grossierde in wielertitels. In het eerste bestaansjaar won baanrenner Jan Pijnenburg, bijgenaamd De Kanonbal, het Nederlands kampioenschap op de lange afstand. Jan Franken zegevierde in 1932 op de weg. In 1934 werd TWC’er Kees Pellenaars wereldkampioen bij de amateurs. En in 1933? Toen huldigde de TWC zelfs twee wielrenners uit de eigen gelederen: amateur Louis Reijnen en mijn oudoom, nieuweling Pierre van Erven.

De Nieuwe Tilburgsche Courant was lyrisch over de prestaties van beide wielrenners. Niet alleen opende het verslag van de huldiging met bovenstaand vers. Ook werd geanalyseerd waar de kwaliteiten van Van Erven en Reijnen vandaan kwamen. ‘Een en ander is het resultaat van een trainingsmiddel bij uitstek: de Tilburgsche Wielerbaan. Daar leeren ze techniek en tactiek, daar stalen ze hun uithoudingsvermogen’.

De Tilburgse wielerbaan was gelegen bij het in 1924 aan de Enschotsestraat geopende café van uitbater Antonius van Geloven en heette - net als de kroeg - ’t Abattoir. Een verwijzing naar het tegenover de wielerbaan baan gelegen slachthuis. De wielerbaan ging op slot in 1938, het café werd in 1981 gesloopt.

‘DAT BETEEKENT TOCH IETS!’

Het Nederlands kampioenschap wielrennen werd op 19 juni 1933 verreden op de Veluwe, waar de nieuwelingen een parkoers van bijna 90 kilometer moesten afleggen. ‘Van Erven zat notabene in de laatste 5 K.M. van de 88 nog 400 meter op zijn zwaarsten mededinger achter’, berichtte de Nieuwe Tilburgsche Courant. ‘Met ruim 1 kilometer verschil legde Van Erven beslag op den titel. Dat beteekent toch iets!’

Eenmaal terug in Tilburg werden de kampioenen onthaald op het station en onder muzikale begeleiding naar hun thuisbasis aan de Enschotsestraat gebracht: café ‘t Abattoir. Een week later, op zondag 25 juni, volgde de huldiging. Waar? Op de Tilburgsche Wielerbaan natuurlijk, waar vanaf zeven uur ’s avonds koppelkoersen werden gehouden waaraan ’12 Kanonnen’ uit Nederland en Duitsland meededen. Onder hen Jan ‘Kanonbal’ Pijnenburg, Frans Slaats, Jan Maas en John ‘Den Bras’ Braspenning, ook bekend als de ‘Koning van de Kermiskoersen’.

TWEEDAAGSE IN BOXTEL

Pierre van Erven was in de jaren dertig meermaals te gast bij wielerclub Rapide in Boxtel. Die beschikte in park Molenwijk over een eigen houten wielerbaan, waar regelmatig tweedaagse baanwedstrijden werden gehouden. De Boxtelsche Courant berichtte uitgebreid over mijn oudoom. De redactie portretteerde hem in 1934: ‘Ons oog is gevallen op den zeer sympathieken Tilburgschen renner Pierre van Erven’.

In 1935, toen Pierre van Erven als renner met een onafhankelijke licentie aan de tweedaagse van Rapide deelnam, schreef de krant: ‘Het is een flinke, knappe, sportieve kerel, die Van Erven. Het is een renner die zoo kalm aan enkele honderden rondjes weet te draaien om daarna lachend en volkomen frisch weer van de fiets te stappen. Hij is om het zoo te zeggen een tweede Braspenning, maar dan met een tikje – om het in ‘kroeg-taal’ te zeggen.’

De Boxtelsche Courant vervolgde: ‘Met dat tikje verstaan we dan hier dat hij de gave bezit om een eenmaal ingelegd tempo als het er op aan komt te verdubbelen, daarbij vanzelfsprekend het publiek tot den hoogsten graad van enthousiasme mee te sleepen. We hebben Van Erven dit jaar nog niet op onze baan gezien, en zijn daarom zeer benieuwd naar zijn prestaties in de Tweedaagsche. Hiervan zijn we overtuigd: met den uitstekenden Eindhovenaar Diericx zal hij een zeer zware partij blazen.’

SLAGER

Pierre van Erven hing zijn fiets na enkele glorieuze wielerjaren aan de wilgen. In januari 1940 trad hij in het huwelijk met Riet van den Dries en nam hij aan de Hoefstraat de slagerij van zijn schoonouders over. Op 14 april 1966 overleed hij ‘na een smartelijk, moedig gedragen lijden’ op veel te jonge leeftijd.

Ik ben van 1966 en heb Pierre van Erven nooit gekend. Maar de wetenschap dat ik een oudoom heb die ooit Nederlands kampioen wielrennen is geweest, stimuleert om ook in 2020 lekker te blijven fietsen. Ik rijd mijn vaste rondjes door de Meierij en ga met de EFIONA’s op pad. Jammer dat die Boxtelse wielerbaan niet meer bestaat. Ik had er in de geest van Pierre van Erven graag een paar honderd rondjes gedraaid. Om daarna lachend en volkomen fris weer van de fiets te stappen…

OP DE FOTO: Pierre van Erven, afgebeeld in tijdschrift 'Sport in Beeld', 27 juni 1933.