De Neerkant

‘Maar al zijn die dagen nog zo grauw
Ik weet het zeker als jij wou
Dan verfde jij de wolken blauw’

Vandaag rijd ik Neerkant binnen. Het is lang geleden dat ik hier was. De tantes van mijn vader woonden hier. Links in de bocht, vooraan in het dorp, tante Mina met oom Frans. Een stukje verderop tante Net met oom Sil. Daarnaast woonde ook oom Nol, maar die zagen we niet zoveel. Neerkant. Verstild dorp in de Brabantse Peel, de plek waar ik Ernst Jansz interview. Het voelt als thuiskomen. Ik weet het weer. De moestuinen waar je zelf fruit mocht plukken. De moderne kerk. Het oorlogsmonument. Het café. De friettent.

Ernst Jansz. Zanger en toetsenist van Doe Maar. Maar ook boegbeeld van CCC Inc. Alle muzikanten van die legendarische folkband woonden vroeger in Neerkant. Elke zaterdagmiddag die ik er doorbracht - en dat waren er in de jaren zeventig en tachtig heel veel - hoorde ik wel iets over ‘de schooiers uit de grote stad’. Want zo werden ze genoemd, de hippies die met z’n allen aan de rand van het dorp woonden. In een commune. Op verloren momenten reden we er wel eens langs. Of wandelden we erheen en tuurden stiekem over de heg. ‘Hier wonen ze…’.

HASJKIKKERS

Ik ben ze blijven volgen, de ‘schooiers’ van de Neerkant, ook toen de commune uiteenviel en alleen Ernst Jansz in de boerderij bleef wonen. Ik herinner me dat hij jaren later met Doe Maar optrad in Boxtel. Ik heb het even opgezocht. ‘Doe Maar in Open Huis’. Een korte aankondiging in de krant, met een klein zwart-wit fotootje van de band. 12 juni 1981. Ik was 14 jaar en mocht er niet heen. ‘In Open Huis komen vooral hasjkikkers’, kreeg ik bovendien te horen. Geen plek voor een jonge tiener…

Twee jaar later was ik er wél bij toen Doe Maar optrad. In de Brabanthallen in Den Bosch, op 20 maart 1983, samen met de Polle Eduard Band en Noodweer. Het kaartje kocht ik bij platenzaak Beks-van Breugel aan de Breukelsestraat en ligt vast nog ergens. De prijs? 12 gulden en 50 cent. Het was na het afscheidsconcert van R.K. Veulpoepers B.V. in het Leypark in Tilburg (1982) mijn tweede grote rockshow. En het was magisch, ondanks al die flauwvallende en schreeuwende meisjes en de beroerde akoestiek van de Bossche veemarkthal.

DAG EN NACHT MUZIEK MAKEN

Vandaag drink ik koffie met Ernst Jansz en bevraag ik hem over zijn muzikale leven, zijn passie voor muziek en de liefde voor het spelen met een eigen band. ‘Elk optreden is een groot feest als je in een band zit die jouw liedjes zo mooi kan spelen’, zegt hij. Prachtig. Natuurlijk hebben we het ook over de hectische jaren bij Doe Maar en de eerste jaren met CCC Inc. En Neerkant? Dat is de plek waar Ernst Jansz zich al meer dan vijftig jaar thuis voelt. In de boerderij waar in 1969 een dozijn hippies neerstreek om dag en nacht muziek te kunnen maken.

Als Ernst Jansz half december in Podium Boxtel optreedt, zal ik er zeker bij zijn. Vooral liedjes van zijn album ‘De Neerkant’ zullen klinken. Die brengen me terug naar het dorp van toen. Rennen met het hondje van Mina en Frans. Verdwalen in de moestuin van Net en Sil. En weer stiekem over de heg turen, kijken of de hippies thuis zijn.

Een paar liedjes van Doe Maar passeren in Boxtel vast en zeker ook de revue. Als ik het voor het zeggen zou hebben, kiest Ernst Jansz voor ‘Tijd genoeg’.

‘Want wat ook een ander zegt
Er is tijd genoeg
Voor jou, voor mij, voor iedereen’

* * *

(Mijn interview met Ernst Jansz verschijnt deze week in nieuwsblad Brabants Centrum. Vrijdag 13 december treedt de singer-songwriter met zijn band op in Podium Boxtel. De 'hippiefoto' werd gemaakt door Molly Mackenzie)