Afscheid voor altijd...

Het beeld van ‘De Lastdrager’ staat er een beetje verloren bij, op de Wilhelminapier in Rotterdam. Omgeven door ranke torenflats met mondiaal klinkende namen als New Orleans en Montevideo is het een kleinood dat herinnert aan de rijke havengeschiedenis van de stad aan de Maas en de duizenden stoere mannen die er zwoegden.

Minder verloren, nee zelfs prominent is Hotel New York, parel van de Kop van Zuid. Hier zetelde vroeger de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, beter bekend als de Holland Amerika Lijn.

Hotel New York. Dit is de plek waar een bijzonder stukje familiegeschiedenis ligt. Hier aan de Maas, waar met grote zilverkleurige letters het woord CANADA in de promenade is gelegd, legden emigrantenschepen aan die honderden, ja duizenden Nederlanders na een barre maar ook hoopvolle zeereis naar de Nieuwe Wereld brachten. Naar Australië of Nieuw-Zeeland. En Canada dus. Zo ook oom Christ, tante Dina en hun zes kinderen Herman, Henry, Tiny, Maria, Truus en Harriët. Geboren en getogen in de Peel kozen ze in 1953 voor het Grote Avontuur.

Vele honderden namen staan er op de passagierslijst van de SS Groote Beer, de emigrantenboot die in 1947 werd gekocht door de Nederlandse regering en in de eerste jaren vooral dienst deed als troepenschip. Ons land had immers nog wat koloniale conflicten uit te vechten in Nederlands-Indië.

In 1951 werd de boot van een extra passagiersdek voorzien. Daarmee werd de oceaanstomer geschikt gemaakt om maximaal 831 passagiers te vervoeren. Als emigrantenschip voer het in juni 1952 van Rotterdam via Halifax naar New York, de maiden voyage in een nieuwe rol.

De reis van oom en tante en hun zes kinderen begon op vrijdag 17 juli 1953 en voer via de havens van Le Havre en Quebec naar eindbestemming Montréal. Mijn vader was erbij en herinnert zich dat het een emotionele dag was. Het was een afscheid voor altijd... Wie destijds naar Canada ging, vertrok naar een ander werelddeel en zou niet snel terugkeren, laat staan nog ooit begroet, omhelsd of gekust worden.

Vlakbij Hotel New York, waar vandaag grote containerschepen traag voorbij glijden en de skyline van Rotterdam in een waterig zonnetje blinkt, voel je dat hier veel tranen zijn gelaten. Meer dan een anderhalf miljoen emigranten vertrokken via Rotterdam. Allemaal zwaaiden ze nog eenmaal naar de achterblijvers.

Op 17 juli is het precies 65 jaar geleden dat oom en tante vertrokken. Ze leven al een tijdje niet meer en zijn vredig begraven in Canadese grond, maar hun acht kinderen - in Strathroy (Ontario) werden Joe en Gary geboren - wonen er nog allemaal en zijn er gelukkig.

In een mooie droom zie ik ze in de zomer allemaal even terugkeren en een borrel drinken in Hotel New York. Dan proosten ze op een prachtig leven en op hun ouders, die in 1953 zo’n ongewisse maar dappere stap zetten. En daar, op de Wilhelminakade, klinken ze ook op de fijne gedachte dat een afscheid voor altijd gelukkig niet bestaat.

Kijk naar wat De Lastdrager overkwam. Het beeld sierde ooit een pakhuis aan de Wijnhaven en raakte in vergetelheid op een anoniem plekje, ergens in de haven. Maar zie, het ‘zakkendragertje’ staat nu weer op een plek waar Rotterdam bruist en brengt hulde aan alle havenarbeiders. Ook aan de mannen die de valiezen van oom Christ, tante Dina en hun zes kinderen in de zomer van 1953 aan boord sjouwden. Met Rotterdamse spierkracht en bravoure hielpen ze dit jonge Brabantse gezin een handje, op weg naar de Nieuwe Wereld, op weg naar geluk…